.

KERSTNACHT 

Kerstnacht, de kentering van 't jaar –
het huis besluit zijn vreugde-en-leed,
en 't schuwe denken aan elkaar,
nu elk de ander wakend weet.

Een vragen, zoekend in de nacht
doolt langs de kamers, gaat en keert –
hebben wij niet elkander zacht
en onverbiddelijk geweerd?

De sterren schuiven langs het raam,
buiten slaat traag het late uur;
een zelfde huis houdt ons tezaam.
Hoe kostbaar lijkt, hoe broos van duur

dit ene soms: bijeen te zijn, –
draagt ieder dan van dag tot dag
dit óók – dit heimwee en de pijn
om de gebroken vleugelslag?

Wij staren zwijgend in de nacht,
in deernis om elkaars gemis,
het hart dat hunkerend verwacht
wat zózeer onbereikbaar is.

Id Gerhardt

 

  (c) Stephan Vanfleteren