.

Zwart en nachtelijk, en als van water
Jaagt de vrouwenstem voort, als de wind.
Langs een baan waar een ogenblik later
Niets zijn oude gedaante hervindt.
Zij verspreidt op haar vlucht diamanten
Glans en een handjevol zilvergruis.
Geheimzinnig klinkt, als van een mantel
Van gewichtloze adem, geruis
De betoverde stem wordt gedreven,
Naar het schijnt, door een hemelse kracht,
Raadselachtig, alsof na dit leven
Niet een graf maar een ladder ons wacht.
 
Anna Achmatova

 

  (c) Stephan Vanfleteren