In een taxi rijd je rond met je hart in een ijzeren ketting gekneld.
Stockholm werd het- het donkere noorden- voor een man, die het Afrikaanse licht in zijn botten draagt.
Je vrouw was net zwanger, maar jij moest gaan.
Wat kun je anders doen, als de dood je hijgend achterna rent?
Achttien maanden later zag je je vrouw én kind terug.
Je eerste kind ontmoet je in Stockholm na 18 maanden.
Ik probeer woord voor woord te begrijpen als je vertelt over Oeganda,
de dictatuur, de steun van het Westen voor Museveni.
En jouw keuze -wilde je niet sterven -om in het leger te gaan.
Je studeerde in Engeland voor Ingenieur, had dromen voor je land,
maar werd verantwoordelijk voor tienduizenden mensen en waarschijnlijk ook voor vele doden.
Je rijdt in een taxi met je hart in een klem. Je schreeuwt om hulp voor jouw Oeganda.
De ogen van je kinderen stralen Zweedse onschuld uit, maar ook zij dragen jouw wortels uit een corrupt en compleet verscheurd land.
Wat kan ik antwoorden als verwende blanke?
,Je kinderen, je kinderen!’
Zij zijn het waarom je moet overleven.
Maar ik kan alleen maar tranen wegslikken.
Ik geloof dat ik een taxi-chauffeur nog nooit omarmd heb,
maar dit keer wel.
Hij zei me dingen, die ik niet kan waarmaken:
‚Zorg dat het Westen stopt Museveni te steunen!’
En ik kon nog net uitbrengen:
‚Your Children! Your children!
Wat een dagen in Stockholm. Met keelpijn een cd opnemen- begon deze reis
als een gevecht.
Maar door de verbondenheid met mijn broer- het zingen met hem,

werd alles weer anders. Ontladende lachbuien over vroeger-
het praten over keuzes en onontkoombare beslissingen.

Vragen, die er zo toe doen. Voor wie we alles doen. Voor wie
we alles laten.
Het leren van mijn broer, terwijl hij zoveel jonger is dan ik.
En dan 20 minuten het leven instappen van een Afrikaan.
Het leek alsof de hemel een schizofrene buiging maakte tussen
Oeganda en Stockholm en mijn vellige thuiskomst in Brussel.’

 

  (c) Marco Borggreve