Marina-Ida-Etty

Het zijn drie vrouwen, telkens weer- drie grote vrouwen, die mij het vuur na aan de schenen leggen:
mijn leven aanvuren, opstoken en bestormen. Marina Tsvetajeva, Ida Gerhardt en Etty Hillesum.
Zij volgen me, achtervolgen me, berusten me, maar brengen me boven alles terug-
terug naar ‘de hartslag van een verre bron.’ Naar het zachte heimwee of juist thuis?
Op een donkere avond in december, luisterde ik, in mijn huis-
waar al een kerstboom stond te fonkelen, naar de gedichten van Ida Gerhardt, voorgedragen en ingesproken door Henk van Ulsen. Er gebeurde iets merkwaardigs in die kamer- zij werd tot kathedraal. Ik viel uiteen- van wie ik was of tot wie ik behoorde werd gewist. Er was die stem en het gedicht.
Later, in de gloed, als van een pasgeboren muze, liep ik langs mijn geliefde rivier- dezelfde die óók Ida en Etty zo intens gekend hadden.
Ik voelde mij omringd door hun aanwezigheid. De brug over de IJssel trilde bij de komst van de trein naar Berlijn;
‘Treinen zijn wolven, wolven zijn Rusland’ gonsde er door mijn hoofd.
Berlijn- ooit kwam daar de grote Russische dichteres Marina Tsvetajeva aan, nog voordat ze in een eenzaam gehucht bij Praag belandde en later een briefwisseling begon met Rainer Maria Rilke. Over hen beiden schreef ze: ‘Als iemand van ons droomt, dan ontmoeten we elkaar’
Mag ik mijn leven wijden aan die droom?- De ontmoeting met ‘aanwezigheid’
‘Na de dag’ van Ida Gerhardt geeft mij de gloed van wat zij won.

Christianne Stotijn, Deventer, november 2012

Na de dag
 
Nog bergt de grond gegiste zon
warm onder ’t harsig naaldtapijt,-
een dierenspoor heeft naar de bron
en deze stilte mij geleid.
Het spat wat fijne zilverigheid.
 
De dag was ongemeten wijd,
ik ben doorgloeid van wat ik won,-
vandaag was het of nieuw begon
de aarde in oorspronkelijkheid.
 
En óók het vers, waarop ik zon,
hoe werd het zó van zelf bevrijd:
elk woord of het niet anders kon
volstrekt in zijn aanwezigheid.
 
Het ligt zo glanzend uitgespreid
in ’t effen rijm, dat het omspon
en gaaf in zijn beslotenheid;
de hartslag van een verre bron
rimpelt het even en verglijdt.
 
Is dichten slechts aandachtigheid?
 
Ida Gerhardt
 
Er zijn er uit leem en er zijn er uit steen en
Ik zelf ben geschitter van zilver!
Mijn naam is Marina, de wisseling mijn wezen,
Ik ben zeeschuim, het grillige zilte.
 
Voor hen die uit leem zijn, voor hen die uit vlees zijn-
De grafzerken en sarkofagen!
Mijn doopvont de zee, word ik-net maar verrezen-
Steevast weet uit-enen geslagen!
 
Mijn eigengereidheid breekt dwars alle harten
En netten door, niet te bedwingen.
Uit mij-zie mijn krullen die elk gezag tarten-
Valt geen zout der aarde te winnen.
 
Steeds weer op't graniet van uw knieën verbrijzeld,
Herrijs ik als golf weer tot leven!
Lang leve het luimige schuimende blije,
Het schuimen der zee hoogverheven!
 
Marina Tsvetajeva
(vertaald door Marko Fondse)
 
'En zeer, zeer bescheiden zijn…En steeds
eenvoudiger worden…Niet alleen voor jezelf,
in je stille en beste momenten die eenvoud en wijdte in je voelen,
maar ook in je dagelijkse leven, geen sensaties om je heen
uitstrooien, niet interessant willen zijn…'
 
'Vruchten en bloemen dragen op elke plek grond,
waar men geplant is, zou dat niet de bedoeling zijn?
E moeten wij er niet aan meehelpen deze bedoeling te verwezenlijken?'
 
Trouw, werkelijk trouw aan zichzelf en aan de waarden,
die men hoogschat en de moed hebben zich ter wille van die trouw onbemind te maken bij anderen.'
 
(Etty Hillesum – 1942) 

www.nexus-instituut.nl.

 

  (c) Marco Borggreve