Zij draagt het licht van geluid
zij draagt het geluid van licht
Het sluipt de oren uit
Het sluit zich binnen de mond in

Ze huppelt als een heldere trompet
Ze applaudiseert als een schijnwerper
De radio scherpt haar ogen
De fotoos werpen een glimlach
De zomerdag zijn zandtaart
De winternacht zijn ijsbaan

Zij gaat welsprekend in het licht staan
in een aria stralend,
Haar armen klimmen als ibishalsen
In een aria stralend
Haar irisspiegels springen
In een aria stralend

( Lucebert)

 

  (c) Marco Borggreve